Page 9 - PiledArms 1 2020
P. 9

   tot oververhitting kan leiden. Naarmate het ethanol percentage oploopt moet het mengsel dan ook rijker worden afge- steld. Ingeval van strenge Californische emissie-eisen, met zuinig afgestelde car- burateurs, is de speelruimte hiervoor minimaal.
Het wezenlijke probleem schuilt echter in de materialen van het brandstofsysteem, waarvan de samenstelling niet altijd dui- delijk is. Niemand kan met zekerheid zeggen in welke mate deze alcohol verdra- gen. Haast net als bij de mens. Kwetsbaar zijn:
- Elastomeren zoals rubber, dat kan verbrokkelen
- Aluminium, dat reageert met ethanol, vooral als het oppervlak beschadigd of poreus is
- De smering. Alcohol en olie zijn als water en vuur; bij motorslijtage kan water vanuit de brandstof in de olie terecht komen, en de smerende werking ervan aantasten.
Een ontwikkelingsingenieur bij BMW noemt het zekerheidshalve verstandig om motoren van voor 1980 maar niet aan ethanol bloot te stellen. Zoals gezegd is echter veel afhankelijk van specifieke materiaaleigenschappen.
Zo zijn er meer onduidelijkheden. In Brazilië is 20% ethanol gebruikelijk, soms zelfs 100%. Dit geeft geen problemen bij de in licentie gebouwde Volkswagens, waarvan het brandstofsysteem uit dezelfde materialen is opgebouwd als bij de Duitse tegenvoeters.
In de USA wordt sinds 1989 10% ethanol bijgemengd en auto’s functioneren pro- bleemloos. Daarom worden daar alle automobielen vanaf die datum voor E10 vrijgegeven.
Sinds 2010 is 13% van alle in Frankrijk verkochte benzine E10.
Wat kan er dan in hemelsnaam misgaan met zo’n oldtimer?
Voor ernstige motorschade hoeft men blijkbaar niet te vrezen, maar een erva- ringsdeskundige van Bosch wijst op de volgende aandachtspunten bij E10:
- Vroege injectiesystemen met talloze membranen en hogedrukslangen zijn uiterst kwetsbaar
- Benzineslangen van carburatiemotoren moeten vervangen worden door modern materiaal. In het ongunstigste geval dient een carburateur gereviseerd te worden, of het membraan van de benzinepomp ver- vangen. Zie KADER 2.
- Het brandstofmengsel. Kleuren de bou- gies aanzienlijk lichter dan koffiebruin, dan verdient het aanbeveling om het mengsel te verrijken.
Echter, ook E5 had al zijn typische problemen:
- Alcohol is hygroscopisch, trekt vocht aan. Indien het voertuig regelmatig gebruikt wordt zal ethanol water binden, dat ver- volgens door de uitlaat verdampt. Bij lange stand tijd ontstaan echter wateraf- zettingen, die de benzinetank kunnen aantasten. Niet alcohol is de boosdoener, maar water, dat bovendien bij roestge- voelige componenten ernstige schade kan veroorzaken, bijvoorbeeld aan de regel- kleppen in K-Jetronic injectiesystemen.
- Alcohol werkt als oplosmiddel; vuilig- heid en nadien aangebrachte chemische tank “bekleding” kunnen loskomen en in het brandstofsysteem gaan circuleren. Bij auto’s met hoge kilometrages en motorslij- tage is het mogelijk dat brandstof in de olie terechtkomt, deze vervuilt, of voor loslatende koolafzettingen zorgt.
- Vooral auto’s met open tankontluchting kunnen na verloop van tijd startproblemen krijgen, niet alleen door vocht, ook door- dat vluchtige bestanddelen uitdampen. Bij de introductie van E10 in de USA gaf de
9
    















































































   7   8   9   10   11