Page 10 - PiledArms 1 2020
P. 10

 ALCOHOLPROBLEEM - DEEL 1
 Reactie van Aad Otte op dit artikel:
Hallo Sjef,
Bedankt voor de zeer informatieve artikelen!
Ze zijn gezien de ontwikkelingen zeker interessant voor de leden van de BSA Ownersclub. Zien we elkaar bij de technische middag in februari? Daar is dit het onderwerp dat aan de orde komt.
Wat ik overigens mis
in de artikelen is het (desastreuze) effect van de lagere verbrandingswaarde in onze luchtgekoelde ééncilinders. Ik heb al
eens uitgezocht hoe de sproeierbezetting zou moeten worden van mijn B33 met E-10. Maar wegens het ontbreken
van wetenschappelijk bewijs heb ik het niet gepubliceerd.
In de Ardennen heeft mijn B33 een warmloper gehad nadat ik in Frankrijk E10 had getankt.
De gasnaald moet omhoog en de hoofdsproeier groter, maar hoe veel?
Voorlopig probeer ik me
te redden met V-power en Ultimate.
stationaire motoren divisie van Honda het advies om geen brandstof ouder dan 40 dagen te gebruiken.
De toelevering industrie speelt hier op in. Zo levert Wynn’s de producten Dry Fuel, dat condensatiewater in het brandstofsys- teem absorbeert, en Fuel Stabilizer – dat brandstof conserveert die lange tijd in de tank blijft zitten, zoals bij LPG motoren. De Duitse firma Wagner (Wagner-Spezial - Schmierstoffe) levert Bactofin. Deze eigenlijk tegen bacterievorming bedoelde toevoeging fungeert tevens als loodver- vanger en corrosiebescherming.
In mijn omgeving hoorde ik gebruikers
van bosmaaiers en kettingzagen klagen over startproblemen. De firma Aspen komt hieraan tegemoet met speciale 2- en 4-takt brandstoffen in 5 liter jerrycans, die nagenoeg ongelimiteerd houdbaar zijn. Wordt wel een beetje prijzig om daarmee de tank van je klassieker af te vullen.
Veel mogelijke problemen dus. Is er dan geen hoop meer?
Volgende keer deel 2, over praktijktoet- sing en mythevorming. ■
 KADER 1
De in Duitsland van overheidswege verordonneerde alcoholbijmenging is geenszins nieuw. Om de Republiek van Weimar minder afhankelijk van olie- import te maken, werden olieconcerns verplicht om 2.5% van alle geproduceerde brandstoffen uit agri - alcohol te laten bestaan. Deze bio-ethanol was hoofdzakelijk afkomstig van aardappelen, suikerbieten en granen. In 1932 werd het aandeel alcohol zelfs verhoogd tot 10%, met als doel om de landbouw te versterken. Echter, rond 1900 had de agrarische sector met producten ten behoeve van brandstof al een tweede poot. De eerste Otto motor liep dus op ethanol! Toen in 1904 massaal goedkopere benzine aangeboden werd, schakelde de industrie rap over op geïmporteerde aardolieproducten.
Vanwege zijn hoge klopvastheid -104 Research Octane Number- gold ethanol steeds als bijzonder hoogwaardige brandstof. Tot halverwege de dertiger jaren werd deze bij hoog gecomprimeerde motoren toegevoegd aan de benzine, ter voorkoming van detonatie - in de volksmond pingelen genoemd. Dit is ongecontroleerde ontsteking van de brandstof, niet zoals het hoort door de bougievonk, maar al eerder. Detonatie kan een motor ruïneren.
Hoe hoger het octaangetal, hoe groter dus de klopvastheid of samendrukbaarheid van benzine.
In 1935 kreeg IG Farben van Standard Oil een licentie voor de productie van tetra ethyl lood. Lood verhoogt niet alleen de klopvastheid, maar smeert ook nog eens kleppen en zittingen. Vanaf dat moment verdreef lood alcohol als goedkoopste manier om benzine klopvast te maken, totdat milieueisen hier in de negentiger jaren een eind aan maakten.
Betekent dit dat veteranen van voor 1936 op E10 kunnen draaien? Zijn loodtoevoegingen eigenlijk wel noodzakelijk, want die bestonden daarvoor toch ook niet?
10









































































   8   9   10   11   12