Page 8 - PiledArms 4 2020
P. 8

 Alcoholprobleem deel 2
    door:
Sjef van Giersbergen
Vervolg van Piled Arms nr 1 2020
Om een en ander aan de praktijk te toetsen werden een jaar lang meerdere carburateurs in verschillende brandstof- baden gelegd, teneinde te achterhalen in hoeverre materialen op de lange duur worden aangetast.
Het resultaat was verrassend.
Zes carburateurs, elk voorzien van twee stukken benzineslang (zowel volrubber als textiel omhuld), werden in glazen baden gelegd met verschillende soorten brandstof – E5, E10, E85, en E10 met conserveringsmiddel.
Toegegeven, het is allemaal niet even wetenschappelijk verantwoord. De bui- tenkant van een benzineslang ligt immers nooit in de benzine en een carburateur evenmin. Aan de andere kant: in de prak- tijk van alledag gebeurt ook van alles. Overigens is het bio-ethanol aandeel in de brandstof niet altijd duidelijk. Het cijfer 10 geeft namelijk het maximale percentage ethanol aan, er zou echter zo maar min- der in kunnen zitten dan in E5.
De bevindingen, een jaar later, waren bepaald niet volgens verwachting.
Het slechtst houdt zich E85. In plaats van brandstof zitten er alleen nog maar kruimelige afzettingen in het bad; de carburateur is geruïneerd, maar de ben- zineslangen zien er nog als nieuw uit! Verbazing levert de proef met E5 op. Alleen al de reuk geeft aan dat de brandstof bedorven is. Benzineslangen zijn compleet onbruikbaar geworden. Het volrubber is volledig opgelost en ligt in stukken op de bodem. De tex- tiel omhulde slang ziet er iets beter uit,
maar is onbruikbaar omdat het gekrom- pen weefsel de opgezwollen rubberslang dicht knelt. Van de carburateur zijn ver- schillende stalen onderdelen aangeroest, op de bodem van de vlotterkamer bevindt zich de gevreesde, harsachtige afzetting. In vergelijking hiermee komt E10 er veel beter uit, maar toch...... In het bad met E10 zonder conserveringsmiddel vormt zich condens. De brandstof is donkerder gekleurd omdat verontreinigingen werden opgelost, tevens zijn de benzineslangen aangetast. De buitenste laag van de rub- berslang is opgerekt, en de textielmantel van het tweede exemplaar is gekrompen, maar de binnenkant is slechts verweekt; bij een startpoging komt er brandstof door en de leiding dicht goed af. Volledig onaangetast blijkt de carburateur, vrij van elke oxidatie en zonder enige afzetting in de vlotterkamer. De brandstof ruikt goed - hiermee kan elk voertuig gestart worden. Nog beter ziet de E10 variant met conserveermiddel er uit. De benzinesta- bilisatoren van Liqui Moly en van Wagner Spezialschmierstoffe hebben condensatie verhinderd. Bij Bactofin van Wagner zijn de benzineslangen iets verhardt.
Wat kunnen wij hier uit afleiden?
Dat E85 nauwelijks kan worden bewaard is eigenlijk niets nieuws. Deze is ook alleen bruikbaar in daar speciaal op toe- geruste voertuigen, zoals de Opel Ecoflex. E10 was tot grote boosdoener bestempeld. Maar hoe is het nu mogelijk dat juist E5, en niet E10, zulke vernietigende sporen achterliet in deze testsessie?
Een brandstof expert van Aral blijkt hier- door geenszins verrast. Bij een geringere
In het Duitse magazine Oldtimer Markt verschenen de afgelopen jaren enkele artikelen over ethanol. Deze
ethylalcohol ontstaat door vergisting van suikers, net als bij alcoholische dranken. Het percentage ethanol in het
brandstofmengsel wordt in een getal uitgedrukt: E5, E10 en E85. De rest is benzine.
  104

















































































   6   7   8   9   10