Page 10 - PiledArms 8 2019
P. 10

 Afstellen motoren lastiger met moderne benzine
  FEHAC nieuwsbief
De oldtimers waarmee we nog altijd met veel genoegen rondrijden zijn allemaal geproduceerd in een tijd dat gelode benzine de norm was. Met de recente invoering van E10 benzine zijn we weer een stap verder verwijderd van dat tijdperk. Het wordt steeds belangrijker om na te gaan of de routines die we hebben ontwikkeld voor het afstellen van ons mobiel erfgoed nog toereikend zijn. Denk hierbij vooral aan de ontsteking en aan de carburateur. Zijn afstelgegevens uit de oude instructieboekjes nog wel maatgevend?
  Amal Monoblock carburateur, gebruikt op veel Engelse motorfietsen vanaf 1955. Voor de afstelling zijn onder meer de hoofdsproeier (linksonder) en de in hoogte verstelbare sproeiernaald van belang.
Lood uit en ethanol in de benzine
Het lood in de benzine zorgde voor klop- vastheid (niet pingelen van de motor), maar ook voor smering en koeling van (uitlaat-)kleppen en klepzittingen.
Ervaring leert dat de nieuwe benzine een snellere ontbranding met zich mee brengt en dat de verbrandingstempera- tuur hoger wordt. Daarom kiezen velen voor een later ontstekingstijdstip dan de fabrikant oorspronkelijk aangaf. Na het lood uit de benzine kwam ethanol in de benzine. Ethanol heeft een lagere ver- brandingswaarde dan benzine zelf, wat weer een vertragend effect heeft, waar- mee het ‘laat’ afstellen van de ontsteking dan weer niet nodig is.
Meer zaken spelen bij het optimaal afstel- ling van een motor. Dat zijn het ontwerp van de motor, de compressieverhouding, de aard en plaatsing van de carburateur. Een carburateur geeft in de vlotterkamer een ‘voorverwarming’ van de brandstof. Verder wordt een goede afstelling van de motor en carburateur beïnvloedt door de luchtvochtigheid en luchttemperatuur. Er is een grote verscheidenheid aan con- structies bij oldtimer-motoren. Daarom kan door de FEHAC geen algemeen gel- dende aanbeveling voor de afstelling van oldtimer motoren gegeven worden.
Voortschrijdende normering
In het zoeken naar minder verbruik, lagere uitstoot van ongewenste stoffen en meer rendement zijn voor producenten van brandstoffen (én voor fabrikanten van voertuigen) de eisen door de jaren heen aangescherpt. Dat betekent een groeiende kloof tussen de uitgangspunten die golden bij de productie van onze oldtimers en de huidige praktijk. Brandstofproducenten leveren in principe overeenkomstig de geldende normen. Maar die normen veranderen. Op dit moment geldt in Nederland de Europese norm NEN-EN 228:2012 + A1:2017 – “Brandstoffen voor wegvoertuigen – Ongelode benzine. Eisen en beproevingsmethoden”. Deze norm is voor het laatst in 2012 als geheel herzien en in 2017 voorzien van een aanvullings- blad. De norm heeft betrekking op E10 en op E5 (maximaal 10 respectievelijk 5% ethanol in de benzine).
 234
























































































   8   9   10   11   12