Page 14 - PiledArms 8 2020
P. 14

 DE DOOD VAN EEN MOTORGIGANT
 door:
Ad van Boheemen
De Japanse concurrentie
Er is niets magisch of bijzonders aan de wijze waarop de Japanse motorindustrie de wereld veroverde. Zij had een enorme thuismarkt die dringend behoefte had aan economisch vervoer. De oorlog had Japan beroofd van zijn vervoersmiddelen, zodat na de atoombom vervoer nodig was. Het produceren van fietsen was de snel- ste en eenvoudigste manier om hier in te voorzien. Aan het einde van de jaren ‘50 ging men uitkijken naar iets beters, maar aan auto’s was men nog niet toe, zodat motorfietsen een interessante oplossing vormden. Er was een grote markt, zonder internationale problemen, die interessant was voor investeerders.
In Groot-Brittannië was de situatie heel anders. Er was geen thuismarkt, omdat die al verzadigd was en in de jaren ‘60 steeds verder inkromp. De Amerikaanse markt was nog wel interessant, maar daar- bij speelden een aantal onzekere factoren een rol, zoals de wisselende koersen van het pond en de dollar en de vraag of moto- ren over enkele jaren nog steeds in de mode zouden zijn.
De consequenties van een goede thuis- markt waren enorm. Het betekende geld waarmee de modernste gereedschappen, technieken en kennis kon worden aange- schaft. Veel Japanse fabrieken (er waren er ongeveer 20 in die tijd) produceerden per dag meer motoren dan welke fabriek ook in Groot-Brittannië per week. Door deze grote productie -aantallen kon heel spe-
ciaal gereedschap worden aangeschaft dat werk bespaarde en dus de kosten en de verkoopprijs zo laag mogelijk hield. Het resultaat was een stroom motoren die niet alleen goed ontworpen en vak-
kundig gemaakt waren , maar die ook nog goedkoop waren.
Tezelfdertijd ging het met de verkopen van de BSA Group lang niet slecht. De export naar de USA was aanzienlijk en zowel in 1966 als in 1967 ontvingen BSA en Triumph allebei afzonderlijk de Queen Award of Industry voor hun exportresulta- ten. Het geld stroomde dus binnen, maar niet in die hoeveelheden die BSA nodig had om op ieder punt tegen hun Japanse concurrenten te zijn opgewassen.
Er werden andere ideeën overwogen en uitgeprobeerd, waarvan sommige op een mislukking uitliepen. Het is natuurlijk erg eenvoudig om daar de oorzaak te zoeken voor de latere ramp.
Zoals in het begin van dit verhaal reeds is opgemerkt, leverde BSA een uitgebreide serie modellen die van 150cc tot 750cc liep. De kosten om een 750cc motor te ontwerpen en te bouwen zijn niet aan- zienlijk veel hoger dan die van een 250cc, maar er zit wel een groot verschil in de verkoopprijs en dus in de opbrengst. Daarom werd het voorstel gedaan om de lichtere modellen te laten vallen en uitsluitend zwaardere motoren te produ- ceren. Groot bezwaar van deze politiek was het koopgedrag van de gemiddelde motorrijder, die met een lichte machine begint en na verloop van tijd overstapt op een zwaardere motor.
Het deed er niet zoveel toe welke beslis- sing de raad van bestuur in eerste instantie zou nemen, want iedere beslis- sing zou gedeeltelijk juist en gedeeltelijk fout zijn en alleen de tijd zou leren naar welke kant de balans zou doorslaan. Maar het was wel belangrijk dat, wanneer het fout bleek t e gaan, de raad van bestuur dit zo snel mogelijk te weten zou komen en dan de koers kon wijzigen voordat de gevolgen uit de hand liepen. Dit gebeurde helaas niet omdat niemand zich geroepen voelde Edward Turner te vertellen dat hij
  De Honda Dream (hier het 1960- model) werd
een nachtmerrie voor de Britse motorindustrie.
 238



















































































   12   13   14   15   16