Selecteer een pagina

Modellen tot de jaren ’30

De type specialist voor de modellen tot de jaren ’30 is Jules Dassen.

Kenmerken

De eerste motorfiets die BSA bouwde, in 1910, was een ééncilinder zijklepper met riem aandrijving.

De technische ontwikkeling in de jaren ’20 ging snel waardoor de motorfietsen in enkele jaren tijd evolueerden van primitieve tweewielers in de motoren waarvan we de lijnen nog steeds terugzien in veel huidige machines.

Produktieperiode en eigenschappen

In 1910 presenteerde BSA zijn eerste motorfiets (Model A). Dit was een 3 ½ pk model met een cilinderinhoud van 500cc (boring x slag 85 x 88mm) met riemaandrijving, zonder versnelling en koppeling maar wel voorzien van voorvering die in twee richtingen veerde.

Model B was in principe dezelfde motor maar had een gepatenteerde koppeling (free engine hub) in het achterwiel die het motorleven een stuk aangenamer maakte.

In 1913 werd de motor geleverd met een twee versnellingsnaaf in het achterwiel in combinatie met een conische koppeling.

In 1914 verscheen Model K met een 557cc motorblok (85 x 98mm) dat speciaal werd aanbevolen voor zijspangebruik. Hiertoe was het frame versterkt. Bovendien was deze motor uitgerust met een drieversnellingsbak, een kickstarter en een nieuwe koppeling die 20 bronzen en 19 stalen platen bevatte. Het achterwiel werd aangedreven met behulp van een riem. Deze machine was ook leverbaar met kettingaandrijving en stond als zodanig in de catalogus als Model H.

De 557cc zijklepper was ook leverbaar met een “two-speed free engine hub” en “all-belt drive” met de modelaanduiding Model C.

In dit jaar kon men ook kiezen voor Model D Tourist Trophy, in feite een Model A zonder trappers. Deze motor moest dus worden aangeduwd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog produceerde BSA, naast enorme hoeveelheden wapens, ook veel motorfietsen voor de geallieerde legers. De motoren voor burgergebruik ondergingen in deze tijd bijna geen veranderingen. In 1919 werd de gehele modellenserie herzien. De eerste nieuwkomer was Model E, een zijklepper V-twin van 770cc. Deze motor werd ook wel Type A genoemd. Boring x slag waren 76 x 85mm en de cilinders stonden onder een hoek van 50°. De motor was voorzien van een drieversnellingsbak en het smeersysteem was “total-loss”. In 1922 werd Model E doorontwikkeld tot Model F met 986cc. Na twee jaar werd deze motor opgewaardeerd en vervolgde in 1924 zijn loopbaan als Model G.

Tijdens de Olympia Show in november 1919 werden, naast Model E, ook Model K, Model H en de 500cc TT-motor Model D gepresenteerd. Een jaar later was het 500cc model verdwenen uit de catalogus.

In 1921 schreef BSA in voor de TT op Man. Er was een nieuwe racemotor ontwikkeld, een kopklepper met een schuin staande cilinder. De motor was erg snel maar niet één machine haalde de finish. Bert Taylor, één van de coureurs zei 55 jaar: “We took 14 racers to Ramsey and brought back 14 wrecks.” Na dit debacle heeft BSA nooit meer meegedaan aan races, tot 50 jaar later de Rocket 3’s in Daytona verschenen.

In 1923 werd het leveringsprogramma uitgebreid met de nieuwe 350cc een 500cc zijkleppers, de L- en de S-modellen. Van de 557cc, 770cc en 986cc modellen werden ook goedkopere versies met minder accessoires uitgebracht die respectievelijk de Light, de Six en de Light Eight werden genoemd. Vanaf dit jaar waren alle motoren voorzien van kettingaandrijving naar het achterwiel. In januari 1924 verscheen één van BSA’s beroemdste modellen: de Model B Round Tank, een 250cc zijklepper die een enorm verkoopsucces werd. Toen de Round Tank vier jaar later uit productie werd genomen waren er 35.000 stuks van verkocht. Twee weken na de introductie van de B presenteerde BSA zijn eerste kopklepper wegmotor, de L24. Het ontwerp was afgekeken van de Hotchkiss V-twin die de BSA auto’s aandreef (en later de BSA driewielers). Binnen het jaar werd deze gevolgd door Model S, een 493cc versie van de kopklepper.

In 1925 bestond het leveringsprogramma uit de volgende modellen:

B – 250cc zijklepper
L – 350cc zijklepper
L – 350cc kopklepper
S – 493cc kopklepper in twee uitvoeringen
H – 557cc zijklepper in twee uitvoeringen
E – 770cc V-twin zijklepper in twee uitvoeringen
G – 986cc V-twin zijklepper in drie uitvoeringen

1927 mag worden beschouwd als het jaar van de revolutie. Tot dat jaar waren de motoren opgebouwd in een verzwaard fietsframe met een platte tank tussen de twee bovenste framebuizen en uitgerust met velgremmen. BSA gebruikte al een Webb-vork maar veel andere merken hadden een Druid-voorvork (of een andere primitieve constructie).

Omstreeks 1927/8 veranderde de bouw van motorfietsen drastisch. Er werd een nieuw type frame ontwikkeld met een centrale bovenbuis en een nieuwe model tank: de zadeltank. Deze werd zo genoemd omdat hij over de bovenbuis heen werd gelegd net zoals je een paardenzadel over de rug van een paard legt. De benaming zadeltank heeft dus niets te maken met het zadel van de motorfiets. Een andere belangrijke verbetering was de toepassing van de Webb-vork met één grote centrale veer. Deze vork was veel robuuster uitgevoerd dan de voorgaande vorkconstructies en veerde veel beter. In 1927 werden alle modellen van BSA voorzien van trommelremmen.

De eerste “moderne” motor van BSA was de S27 Sloper die in 1927 verscheen en uitgerust was met bovengenoemde vernieuwingen. Zij schuin staande cilinder (vandaar de bijnaam Sloper) deed denken aan de jammerlijk mislukte racers uit 1921. Verlichting was echter nog niet aanwezig.

Om de kwaliteit van de BSA’s te bewijzen vertrokken B.H. Cathrick en J.P. Castle in september 1926 voor een wereldreis. Zij reden elk op een Model G met bagagezijspan. Zij hadden geen haast, doorkruisten in 19 maanden tijd 24 landen en reden ook door de Sahara en de Andes. In maart 1928 zetten zij voet aan land in Southampton. Zij legden circa 40.000 km af en aan de BSA’s werd alleen het reguliere onderhoud uitgevoerd. Naar aanleiding van deze reis bracht BSA in 1929 de G29 World Tour uit.

In 1928 verscheen de A28, een 175cc tweetakt, die slecht drie jaar is geproduceerd.

In 1929 waren alle BSA’s, behalve twee V-twins, uitgevoerd met een zadeltank. Er werd ook een Red Star Sloper uitgebracht. Dit was een kopklep Sloper (er was ook een zijklep-uitvoering) die voorzien was van hogere nokken en een hogere zuiger. Om dit sportmodel van het standaardmodel te onderscheiden was op het rechter carterdeksel een rood sterretje aan gebracht. Deze Red Star vormde het begin van de beroemde Star-serie. Daarover meer in de jaren ‘30.

Afb.1 – 500 cc eencilinder zijklepper, 1912

Afb.2 – 1922 ‘F model’, 985 cc V-twin zijklepper (foto van www.kaizen-pl.com)

De L25 Sports uit 1925, 348 cc zijklepper met kettingaandrijving (foto van http://www.yesterdays.nl)

Afb.4 De Sloper, 1930, 493 cc kopklepper; het 1929 model was hetzelfde (foto van http://www.yesterdays.nl)