Selecteer een pagina

Gold Star

De type specialist voor dit model is Benedict Lefeber.

Kenmerken

De BSA Gold Star is een motorfiets met een eencilinder blok van 350 of 500 cc, kopklepper en een losse versnellingsbak (pre-unit). De motor is veel gebruikt in wegraces en bij het crossen. Het is het meest sportieve model van BSA en hij heeft een bijna legendarische reputatie.

Hij is geproduceerd van 1938/48 tot en met 1963.

Produktieperiode en eigenschappen

Op 30 juni 1937 verscheen Wal Handley met een BSA M23 Empire Star aan de start bij de recordrace op het circuit van Brooklands. De motor liep op alcohol en leverde 34 pk. De race ging over drie ronden en het was de bedoeling één ronde af te leggen met een gemiddelde snelheid van minstens100 mijl per uur. Als hij daarin zou slagen, zou hij de Gouden Ster van Brooklands winnen, een klein donker blauw geëmailleerd speldje in de vorm van een zespuntige ster met in het hart het getal 100 in gouden cijfers. Wal Handley reed zijn snelste ronde met een gemiddelde van 107,57 mijl per uur en verdiende daardoor de Gold Star.

Toen BSA in 1938 een nieuw sportmodel uitbracht, kreeg deze M24 uiteraard de naam Gold Star. Zoals in die tijd gebruikelijk, was de motor voorzien van een Webb-vork en een stijf frame. De cilinder en de kop waren gemaakt van aluminium en de stoterstangentunnel was geen los onderdeel meer, maar maakte onderdeel uit van de cilinder en de kop. Met een compressieverhouding van 7,8:1 leverde de motor 28 pk bij 5250 tpm.

De eerste na-oorlogse Gold Star was de ZB32GS, die eind 1948 aan het publiek werd getoond. In tegenstelling tot de ZB32 Competition, had de Gold Star (net als zijn voorganger de M24) een aluminium cilinder en kop en een ingesloten stoterstangentunnel. Hij was voorzien van een telescoop voorvork en plunjer achtervering, terwijl de gewone ZB32 nog een stijf frame had.

In 1950 verscheen de ZB34GS, die vrijwel identiek was aan zijn kleinere broertje maar 500cc aan boord had.

De 1952-modellen werden uitgerust met een 12mm kortere drijfstang waardoor ook de cilinder korter werd en één koelrib minder kreeg.

In 1954 ondergingen de Gold Stars een complete wijziging zodat je wel van een compleet nieuwe motor kunt spreken. Alleen het motorblok en de voorvork bleven vrijwel ongewijzigd, maar verder paste niet één onderdeel van de oude ZB32/34 op de nieuwe BB32/34. De BB-modellen hadden een swingarm-frame gekregen en een nieuwe versnellingsbak en koppeling, die nu gelijk waren aan die van de tweecilinders.

Het BB-blok was geen lang leven beschoren want reeds in 1954 kwam het CB-model op de markt dat, vooral uiterlijk, duidelijk afweek van zijn voorgangers. Het meest opvallende waren de grote koelribben op de cilinder en de kop en de swept-back uitlaatbocht. De drijfstang werd nogmaals ingekort waardoor de vliegwielen ovaal moesten worden gemaakt omdat de onderkant van de zuiger anders de vliegwielen zou raken. Het stellen van de kleppen gebeurde nu m.b.v excentrische tuimelaarassen. In de versnellingsbak waren naaldlagers toegepast en er was een Amal GP carburateur gemonteerd.

Eind 1955 kwam BSA al met de DB32GS en DB34GS. Uiterlijk verschilde het DB-blok niet veel van het CB-blok maar inwendig waren diverse wijzingen aangebracht o.a. een dikkere cilinderbus en een gewijzigde olietoevoer naar de krukas. Ook de kopbouten waren gewijzigd en omdat met had ontdekt dat de zuiger korter kon worden gemaakt, werd het DB-blok uitgerust met ronde (en lichtere) vliegwielen. De 350 Gold Star had hiermee zijn laatste ontwikkelingsstadium bereikt maar de 500 werd nog één maal gewijzigd.

In 1956 verscheen de DBD34GS die was voorzien van een 1½ inch Amal GP carburateur. Vanaf dat jaar werden alle Gold Stars uitgerust met de beroemde Gold Star demper die het fraaie “twitter” geluid produceert. De versnellingsbak werd opnieuw verbeterd met naaldlagers en er kwam een extra close-ratio-bak, de RRT2. De Gold Stars werden tevens voorzien van een nieuwe voorrem, een volle naafmodel met koelribbels. Achter was nog steeds een halve naaf gemonteerd. In deze uitvoering leverde de DBD34GS 42pk bij 7000tpm.

Aan het einde van 1957 werden de toermodellen uit het leveringsprogramma gehaald en een jaar later verdween de DB32GS. Alleen de 500 Clubmans en de 500 Scrambler waren toen nog leverbaar.

In 1963 verliet de laatste Gold Star de fabriek aan Armoury Road.

Gold Star ZB32s, 350cc

CB34 500cc Gold Star 1954

Gold Star DBD34, 500cc 1956.