Selecteer een pagina

Bantam

De type specialist voor dit model is Reinder Bielleman.

Kenmerken

De Bantam is een éénciinder tweetakt met een cilinderinhoud van 125, 150 of 175cc. Hij is geproduceerd van 1948 tot en met 1971.

Produktieperiode en eigenschappen

Als onderdeel van de herstelbetalingen na de Tweede Wereldoorlog werd het ontwerp van de DKW RT125 aangeboden aan de Britse industrie. Tweetakt-specialist Villiers had geen interesse maar BSA zag wel de mogelijkheden van dit simpele dienstfietsje. Uiteindelijk werd het één van de succesvolste machines die in Engeland zijn gebouwd. BSA nam het ontwerp niet klakkeloos over maar bouwde het na in spiegelbeeld. Overigens was BSA niet de enige fabriek die de DKW nabouwde; Harley-Davidson, Yamaha, Voskhod en later WSK (en anderen) deden dat ook. Daarmee was het voor DKW niet afgelopen want de RT125 werd na de oorlog één van de succesvolste modellen van de Duitse fabriek.

In 1948 werd de Bantam D1 gepresenteerd. Hij had een boring x slag van 52 x 58mm en een ingebouwde drieversnellingsbak. Het carter was verticaal deelbaar en er was een vliegwieldynamo en –ontsteking van Wipac gebruikt. Het motorblok was gemonteerd in een geheel gelast enkel wiegframe zonder achtervering. De voorvering werd verzorgd door een simpele telescoopvork zonder demping. De Bantam was de eerste moderne Britse tweetakt en was vanaf de presentatie zó populair dat BSA nauwelijks aan de vraag kon voldoen.

In 1950 kwam, als optie, een frame met plunjervering beschikbaar en een Lucas alternator. Er kwam ook een competitieversie op de markt met een hoog gemonteerde uitlaat, een verhoogd zadel, aangepaste voetsteunen, een inklapbare kickstarter en speciale banden. In 1953 werd het big-end lager vergroot en werden detailverbeteringen aan het rijwielgedeelte doorgevoerd. Een jaar later verscheen de Bantam Major D3 met een 150cc motortje in een plunjerframe. De boring was vergroot tot 57mm, de poorten waren vergroot en de koelribben op de kop en de cilinder waren groter geworden. Bovendien was hij uitgevoerd met een verzwaarde voorvork.

In 1956 kreeg de D3 een swingarmframe en een buddyseat, terwijl de D1alleen nog maar leverbaar was met plunjervering. Een jaar later moest de D3 plaats maken voor de D5 Bantam Super die gegroeid was naar 175cc. Inwendig verschilde de D5 op diverse onderdelen van de D3 maar qua uiterlijk was er weinig verschil; alleen de wielnaven waren breder geworden. De D5 was geen lang leven beschoren want na een jaar werd hij vervangen door de D7 die dezelfde cilinderinhoud had. Het motorblok van de D5 was gemonteerd een nieuwe frame met een hydraulisch gedempte voorvork, grotere remmen, diepere spatborden en een hoger stuur.

In 1963 werd de D1 uit productie genomen en een jaar later kreeg de D7 een ander big-end en een verbeterd smeersysteem. In 1965 werd de Super Bantam afgelost door de Silver Bantam die als afwerking op de zijpanelen van de tank, de spatborden en de panelen onder het zadel een zilverachtige glans had gekregen. Na een jaar werd deze vervangen door de D10 Supreme die veel leek op de D7 maar met een aantal belangrijke verbeteringen op elektrisch gebied was uitgevoerd. Daarnaast had hij een hogere compressieverhouding, een grotere carburateur en een extra plaat in de koppeling. De belangrijkste verbetering was misschien het gebruik van een vierversnellingsbak. Het resultaat was een verbeterde acceleratie en een topsnelheid van 62 mijl/u (100 km/u). Er verschenen ook een goedkopere Silver-versie en de D10 Sports, die was uitgerust met een sportief stuur, een buddyseat met opstaande achterrand, een vliegenschermpje, een losse koplamp, een hoge uitlaat en volle naven. Daarnaast was de Bushman leverbaar, een trial-uitvoering van de Bantam.

In 1967 werden de Bantams uitgerust met een Amal Concentric carburateur. Aan het einde van dat jaar werd de D10 vervangen door de D14 die in drie uitvoeringen leverbaar was; als Supreme, Sports en Bushman. Zij hadden o.a. een hogere compressie en een andere uitlaat en leverden 13pk.

In 1969 werden zij alweer vervangen door de laatste versie van de Bantam, de D175, die leverbaar was als standaard model en als Bushman. Het motorblok had een nieuw carter en een stijvere krukas gekregen, een nieuwe cilinderkop, naaldlagers in de koppeling en tal van andere kleine verbeteringen. Het rijwielgedeelte was grotendeels gelijk aan dat van de D14 maar was voorzien van een zwaardere voorvork. In 1971 werd de laatste Bantam uit productie genomen. Tijdens de 23 jaar dat de Bantam is geproduceerd, zijn er meer dan een half miljoen van gemaakt. In Nederland rijden heel weinig Bantams maar in Engeland zijn ze in groten getale gebruikt door de Post Office en andere overheidsdienst.

Meer info: www.mistgreen.com (site van een Australiër)

Een Bantam D1 uit 1949 (van www.mistgreen.com)

Een Bantam D10 uit 1967 (www.mistgreen.com)