Selecteer een pagina

A7 / A10

De type specialist voor de A7 & A10 modellen is Frans Hendriks.

Kenmerken

De BSA A7 en A10 modellen van na de tweede wereldoorlog zijn motorfietsen met een tweecilinder blok van 500 cc (A7) of 650 cc (A10), met kopkleppen en een aparte versnellingsbak (pre-unit).

Produktieperiode en eigenschappen

De A7 en A10 pre-unit modellen zijn geproduceerd van 1946 t/m 1963. De eerste A7 kwam uit in 1946. De motor was opgebouwd in een stijf frame met halve naven en een semi-unit constructie, wat betekende dat de versnellingsbak met bouten vast zat aan het blok. De dynamo was aan de voorkant van de cilinders gemonteerd en de magneet aan de achterkant. In tegenstelling tot de latere A7, had het eerste model een (extra) lange-slagblok met een boring x slag van 62x82mm en stalen drijfstangen. Eind 1948 verscheen de A7 Star Twin, met dubbele carburateur en plunjer vering. Deze motor werd alleen in 1949 en 1950 verkocht. De standaard A7 daarentegen behield tot 1950 zijn stijve frame.

In oktober 1949 werd de A10 Golden Flash gepresenteerd, die zowel in een stijf frame uitvoering (speciaal bedoeld voor zijspanrijders) als in een plunjer (afb. 1) versie verkrijgbaar was. Het was niet slechts een opgeboorde A7; Bert Hopwood had het ontwerp van Bert Perkins voor de A7 grondig herzien en in feite een nieuw motorblok ontworpen. Betere koeling van de cilinderkop, een nieuwe krukas, aluminium drijfstangen, andere rockerbox en aangepaste carterdeksels waren de belangrijkste kenmerken. Ook bij de A10 was de versnellingsbak vastgebout aan het motorblok.

In 1951 werd de A7 opnieuw uitgebracht, met de verbeteringen van de A10 erin verwerkt. Boring x slag waren gewijzigd in 66x72,6mm. De vernieuwde A7 Star Twin was uitgevoerd met hogere compressiezuigers maar was voorzien van slechts één carburateur.
In 1953 verscheen in Amerika een sportieve versie van de A10: de Super Flash. Deze machine was uitgerust met hoge zuigers, een speciale nokkenas en een Amal TT carburateur. Hij is slechts één jaar geproduceerd.

Een jaar later werd de hele reeks twins opnieuw vormgegeven. Zij hadden een swingarm frame gekregen met dubbele schokbrekers en een losse versnellingsbak. De Star Twin werd opgevolgd door de Shooting Star, die geleverd werd in kleurencombinatie van donker groen met lichtgroen, en ook van de A10 verscheen een nieuwe sportieve versie: de Road Rocket, die niet alleen in Amerika maar nu wereldwijd te koop was. De sportmodellen waren voorzien van een aluminium cilinderkop, hogere zuigers en snellere nokkenassen. De 1954 en ’55-modellen kenmerken zich verder door de halve naven en de koeienkop-koplamp. In 1955 werd de oude Amal 276-carburateur met de losse vlotterkamer vervangen door de Monobloc-carburateur.

In 1956 werden de bolle aluminium Ariel-naven gemonteerd die twee jaar later werden vervangen door plattere gietijzeren naven. Bij de modellenwijziging in 1958 werd de koplamp opgenomen in een “nacelle” en werd de Road Rocket opgevolgd door de nog sterkere Super Rocket, die 43 pk leverde. De Europese uitvoering had nog steeds de nacelle, maar de Amerikaanse versie was voorzien van een losse koplamp en diverse verchroomde onderdelen. De DA-10-blokken waren voorzien van een nieuwe krukas met grotere big-end lagers.

In februari 1962 verscheen de laatste versie van de A10: de Rocket Gold Star. Dit was een motor die veel overeenkomst vertoonde met de Gold Star maar werd aangedreven door een opgevoerd Super Rocket blok dat nu 46 pk leverde. Van dit model zijn in anderhalf jaar tijd 1,584 machines gebouwd waaronder 272 off-road scramblers.

In 1963 stopte Lucas met de productie van de dynamo’s en magneten en beëindigde BSA de levering van de A7 en de A10.

Een A10 uit 1952

Een A7 uit 1961 van Derk de Vos

Mijn (Ad van Boheemen) voormalige A10 Super Rocket, bouwjaar 1962, waarmee ik in 17 jaar tijd 120.000 km heb gereden door heel Europa.